maandag 11 mei 2015

Taalverwerving

Beschouwing Taalverwerving


 Over het algemeen spreekt iedereen minstens één taal vloeiend en kan eventueel ook nog wel uit de voeten met een tweede aangeleerde taal. Je staat er eigenlijk nooit echt bij stil, maar het is als je er over nadenkt bizar dat je in je eerste levensjaren in staat bent om een taal te leren. Een taal is niet zo simpel als het lijkt, er zijn allerlei grammaticale regels waar je je aan dient te houden. Dit is een kind niet uit te leggen. Dit moet het kind maar zelf uitzoeken. Maar hoe leert het kind de klanken te produceren die wij taal noemen?

Er zijn een aantal theorieën die allemaal wel een beetje op elkaar lijken maar toch gebaseerd op verschillende principes in het menselijk lichaam. In deze tekst komen de vier theorieën aan bod die de meeste aanhang hebben.

De eerste theorie is gebaseerd op de aanname dat iedereen een aangeboren vermogen heeft om een taal te leren. Taal is zo complex dat het haast niet anders zou moeten kunnen[1]. Het gaat hier om een ander vermogen dan bijvoorbeeld het vermogen om te fietsen. Fietsen kunnen volwassenen ook nog leren als ze maar lang genoeg oefenen, maar het leren praten zal alleen goed uitpakken als je begint als dreumes of peuter .Er is natuurlijk wel variatie in de snelheid waarin de taal wordt verworven, de ene pikt een taal wat sneller op dan de ander, maar de basis is volgens deze theorie bij iedereen hetzelfde. Wat ook een rol kan spelen bij het onder de knie krijgen van de taal is de omgeving. Een kind dat in Nederland opgroeit leert Nederlands en een Engelse baby Engels.

Er is ook een theorie die erg op de vorige lijkt maar toch een wezenlijk verschil heeft ten opzichte van datgeen wat aangeboren is. Het gaat hier niet om het aangeboren taalgevoel, maar om aangeboren regels in je hersenen. Deze theorie zegt dat bij iedereen de Universele Grammatica (UG) is aangeboren. Dit bestaat uit principes en parameters. De principes voor alle talen liggen hier in vast (zoals dat elke zin een onderwerp heeft) en de parameters (eigenschappen die per taal verschillen) worden later ingevuld bij het leren van de taal zelf. Met deze twee dingen kunnen kinderen ook zinnen maken die ze nog nooit gehoord hebben, maar omdat de basis al vast ligt zijn ze toch in staat ze te produceren.[2]

Een andere theorie wil doen laten geloven dat niet het taalvermogen is aangeboren, maar een sociaal vermogen. Dit vermogen ontwikkelt zich vanaf ongeveer het negende levensjaar. Deze theorie gaat er ook vanuit dat kinderen gewoon luisteren naar wat hun ouders zeggen of andere mensen uit hun omgeving. Als ze heel vaak het woord ‘bal’ bij een bolvormig object horen zullen ze een vergelijkbaar ding een ‘bal’ noemen. En als ze maar lang genoeg een goede grammaticale zin horen zullen ze ook proberen zo’n zin te maken. Ze gooien deze elementen allemaal bij elkaar en creëren zo hun eigen brabbeltaaltje. Het sociale instinct zou ervoor moeten zorgen dat kinderen begrijpen dat de ouders ook echt wat bedoelen met de klanken die ze uitkramen. Zonder dit instinct zou een kind nooit kunnen begrijpen dat er met die waterval aan klanken ook een boodschap wil worden gegeven.[3]

De laatste theorie die zal worden behandeld is de ‘neurale-netwerk theorie’. Volgens deze theorie leren kinderen een taal door algemene principes en mechanismen. Maar deze zijn algemener dan de in vorige theorieën genoemde principes. De neurale netwerken worden versterkt naarmate het kind de zin of zinsopbouw vaker hoort, waardoor het ‘begaanbaarder’ wordt om een bepaalde zinsconstructie te produceren. Hoe vaker het wordt gehoord hoe ‘sterker’ de verbinding wordt.[4] Deze theorie is vooral gebaseerd op herhaling en niet zozeer op aangeboren vermogens.

In elk van deze theorieën zit wel wat, en het blijft een wonderlijk verschijnsel dat jonge kinderen in staat zijn zoiets complex als een taal onder de knie kunnen krijgen.





[1] Nieuwenhuijsen, P.M. (1995). Het verschijnsel taal. Een kennismaking. Bussum: Coutinho
[2] Scholman, M., Zetstra, H. (2005). Taalverwerving & Meertaligheid. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen
[3] Scholman, M., Zetstra, H. (2005). Taalverwerving & Meertaligheid. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen
[4] Scholman, M., Zetstra, H. (2005). Taalverwerving & Meertaligheid. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen