Opdracht 1
- Het bindend studieadvies is een uitspraak van een universiteit over de voortgang van je opleiding. Iedereen krijgt er eentje na het eerste jaar. Als het negatief is moet de student stoppen. Dit is het geval als er niet genoeg studiepunten zijn gehaald.
- Een bachelor is een opleiding op een HBO of universiteit. Om aan een bachelor te kunnen beginnen moet iemand geslaagd zijn op de havo, vwo of een mbo studie hebben afgemaakt. Als de bachelor is afgerond kan de geslaagde de bijpassende titel dragen. Een bachelor duurt meestal drie of vier jaar.
- Een master is een opleiding op een HBO of universiteit. Om aan een master te kunnen beginnen moet iemand de hele bijbehorende bachelor hebben afgerond, maar dit hoeft niet altijd. De master titel, die je mag dragen na het afronden van een masteropleiding, is de hoogste. Een master duurt meestal één of twee jaar.
- Selectie aan de poort is een manier om het aantal studenten die één studie willen volgen te beperken. Dit kan met behulp van loting, waarbij het cijfer dat je haalt voor je eindexamen bepaalt hoeveel kans je maakt om toegelaten te worden. Een andere manier is het maken van een decentrale toets, waarbij je een toets maakt die bepaalde vaardigheden test.
- De basisbeurs is een financiële uitkering die wordt uitbetaald in de vorm van een prestatiebeurs. Als een student binnen tien jaar een diploma haalt wordt het gezien als een gift, anders als een lening en dient het te worden terugbetaalt. De hoogte van de basisbeurs is onder andere afhankelijk van de woonsituatie, bij de ouders of alleen.
- Het studievoorschot is de vervanging van de basisbeurs. Het is een lening die je onder voordelige voorwaarden kan afsluiten bij de overheid, de tijd om het terug te betalen is bijvoorbeeld erg lang. Het is niet verplicht. Er zitten een paar voorwaarden aan vast; beginnen aan een bachelorstudie en voor de eerste keer studiefinanciering aanvragen of beginnen aan een master.
- Een stage is een onderdeel van een opleiding waarin een student de praktijk leert. Er zijn verschillende soorten stages. Werkend leren, de BeroepsBegeleidende Leerweg (BBL) of de beroepsopleidende leerweg. Soms wordt dit gecombineerd met een baan binnen het bedrijf. Snuffelstages, het kennismaken met een bepaald beroep of instelling, zodat een verstandigere keuze kan worden gemaakt. Gebeurt vaak op de middelbare school Observatiestage, de naam zegt het al, je doet zelf niks je kijkt naar de handelingen. Meeloopstage, je doet onder begeleiding al verschillende beroepsgerichte handelingen. Afstudeerstage, de naam zegt het al, je doet het om af te studeren, wordt vaak afgesloten met verslag of scriptie.
- Bestuursfunctie is een baan die je doet als bestuurslid van iets.
- Langstudeerders zijn studenten die nogal lang over hun studie doen.
- LSVb is de Landelijke Studenten Vakbond, deze komt op voor de rechten en belangen van de studenten in het HBO en WO.
- Flexstuderen houdt in dat de student zelf kiest welke vakken hij of zij volgt en hoelang hij of zij erover doet.
- Een voltijdstudent is iemand die meteen met een HBO of universiteit begint na het behalen van hun havo, vwo of mbo. Deze studenten zijn dus meestal vrij jong.
- Modulaire opzet: het flexstuderen.
- Leerrechtensysteem is de naam die Mark Rutte gaf aan een plan wat ongeveer hetzelfde inhoudt als het systeem met flexstuderen.
Opdracht 2
Knip: De overgang van bachelor naar master. Je hebt harde en
zachte knip; harde knip is dat je voor een master opleiding eerst de gehele
bijpassende bachelor hebt afgerond. De zachte knip is als je een master mag
doen ook al heb je de bachelor niet helemaal afgemaakt.
Columniste: Een vrouwelijke columnist. Een columnist is iemand
die columns schrijft. Een column is een (kort) stukje in een krant of tijdschrift
wat vaak luchtig, persoonlijk en humoristisch is. Een column kan overal over
gaan, de meeste gaan over de actualiteit.
Per saldo: wat er na afloop over blijft of uitbetaalt dient
te worden.
Naar rato van: in de juiste verhouding, in dit geval het
aantal punten dat wordt gehaald.
Uitvalcijfers: het cijfer dat het aantal mensen die hun
studie niet afmaken weergeeft.
Innovatie: Vernieuwingen
Bureaucratisch: op een manier die gekenmerkt wordt door veel
ingewikkelde regels en procedures.
Rendementeisen: de eisen die aangeven wat het rendement moet
zijn.
|
Huidige systeem
|
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Hogeschool: iedereen met
havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen met
een vwo- of hbo- diploma
|
|
Lengte van de studie?
|
Bachelor: meestal drie of
vier jaar.
Master: meestal één of twee
jaar.
|
|
Welke keuzemogelijkheden in
de leerstof zijn er?
|
Als je eenmaal een studie
kiest is het niet mogelijk daarbinnen vakken wel of niet te kiezen, je volgt
de lessen die erbij horen.
|
|
Waar kan je studeren?
|
Op elke universiteit of
hogeschool die jouw studie heeft.
|
|
Hoe wordt het betaald?
|
In de vorm van een
studievoorschot
|
|
De Open Universiteit
|
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Iedereen (van achttien
jaar of ouder)
|
|
Lengte van de studie?
|
Grote variatie, dit is
zelf te bepalen
|
|
Welke
keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Als je eenmaal een
studie kiest is het niet mogelijk daarbinnen vakken wel of niet te kiezen, je
volgt de lessen die erbij horen. Wel maar minder studies mogelijk.
|
|
Waar kan je studeren?
|
De OU heeft in elke
provincie een studiecentrum, maar kenmerkend van de OU is, is dat je thuis
studeert of tenminste van een afstand.
|
|
Hoe wordt het betaald?
|
Zelf
|
|
Het plan Truijens
|
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Hogeschool: iedereen
met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen
met een vwo- of hbo- diploma.
|
|
Lengte van de studie?
|
Bepaalt de student
zelf.
|
|
Welke
keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Bepaalt de student
zelf.
|
|
Waar kan je studeren?
|
Op elke universiteit
of hogeschool die jouw studie heeft.
|
|
Hoe wordt het betaald?
|
Studenten betalen voor
het onderwijs dat ze volgen, niets meer en niets minder.
|
|
Het plan van de LVSb
|
|
|
Voor wie toegankelijk?
|
Hogeschool: iedereen
met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen
met een vwo- of hbo- diploma.
|
|
Lengte van de studie?
|
Bepaalt de student
zelf.
|
|
Welke
keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
Bepaalt de student
zelf.
|
|
Waar kan je studeren?
|
Op elke universiteit
of hogeschool die jouw studie heeft.
|
|
Hoe wordt het betaald?
|
De studie schrijft
zich in voor een bepaald aantal studiepunten, aan de hand daarvan wordt
bepaald hoeveel de student krijgt.
|
|
Het plan van Rutte
|
|
|
Voor wie
toegankelijk?
|
Hogeschool: iedereen
met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit:
iedereen met een vwo- of hbo- diploma
|
|
Lengte van de studie?
|
-
|
|
Welke
keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
|
-
|
|
Waar kan je studeren?
|
Op elke universiteit
of hogeschool die jouw studie heeft.
|
|
Hoe wordt het
betaald?
|
In ruil voor
tegoedbonnen kunnen studenten hoger onderwijs volgen aan publieke en particuliere
instellingen.
|
Opdracht 4
‘Snel studeren is niet voor iedereen geschikt.’ 1a. Voor wie niet?
1b.
Waarom niet?
2. Flexibel studeren biedt de oplossing. Hoe?
3. ‘Zonder extra kosten’. Hoe kan dat?
4. ‘Waarom niet meteen invoeren?’ Ja, waarom eigenlijk niet?
1a. Voor studenten die eigenlijk niet echt goed weten wat ze
willen studeren. 1b. Dan is de kans groter dat je een studie kiest die eigenlijk niet
goed bij je past.
2. Hierbij is het niet het geval dat als je niet meteen
studeert je de beurs misloopt, omdat je dit zelf mag kiezen.
3. Ze moeten het weer terugbetalen als ze het niet halen en
iedereen betaalt ook echt voor wat die wil en krijgt niks in de schoot
geworpen.
4. Er is een wet waar je je niet aan kan houden met het
flexstuderen, eerst zal dus een wet moeten worden aangepast. En universiteiten
krijgen ook geld per afgestudeerde leerling, de universiteiten denken dus hoe
sneller hoe beter. Ze zullen dus minder geld innen met het flexstuderen dan met
het ‘normale’ systeem.
Opdracht 5
Wat de voor- en nadelen zijn.
Wat het flexstuderen precies inhoudt.
Iets meer achtergrondinformatie
Opdracht 6
Het studiesysteem van nu hamert erop dat de studenten zo
snel mogelijk afstuderen, daar komt nu ook nog het studievoorschot bij. Het kan
ook anders, zegt columniste Aleid Truijens. Het is namelijk niet voor iedereen
handig als ze snel afstuderen, ze hebben zo minder kansen zich te onderscheiden
naast hun studie. Het plan waar ze mee aan kwam zetten was het zogenaamde
flexstuderen. Dit houdt in dat de studenten betalen voor de vakken die ze
volgen, je kan zo zelf bepalen hoelang je erover doet en hoeveel het kost,
daarbij kost het de overheid geen extra geld. Ze kreeg steun van mensen die
zeggen dat je in je studententijd ‘gekke’ dingen moet doen zodat je beter op de
maatschappij bent voorbereid. Waarom wordt dit systeem niet meteen ingevoerd?
Er zitten blijkbaar alleen maar voordelen aan. Bijna iedereen is inderdaad ook
voor om het mogelijk te maken. Punt is, is dat het niet zo makkelijk gaat. Er
is een wet waarin staat dat universiteiten alleen geld krijgen voor
ingeschreven studenten die een volledige opleiding volgen, als iedereen zelf
kiest is het niet mogelijk om je aan die wet te houden. Je zou de wet aan
kunnen passen, maar het ligt ook aan de bekostiging. Universiteiten krijgen
geld afhankelijk van het aantal afgestudeerde studenten, dus hoe sneller hoe
beter. Het is overigens geen nieuw idee, maar het huidige kabinet denkt anders
over studeren dan de pleiters voor flexstuderen, namelijk als een kostenpost en
niet als een kans. Maar het is zeker de moeite waard om het plan van Truijens
te onderzoeken.
|
Alinea
|
Bewering
|
Argumenten
|
Objectief/Subjectief
|
|
1
|
Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe
leven
Allemaal bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie
heen te jagen
|
1.Er zijn maatregelen die het moeilijk maken te wennen.
2. Studievoorschot
De studenten worden bijna gedwongen snel te studeren.
|
Objectief
Objectief
Subjectief
|
|
2
|
… is snel studeren lang niet voor iederee geschikt;
|
Sommige studenten willen zich onderscheiden.
|
Objectief
|
|
3
|
En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
|
Ze betalen voor het onderwijs dat ze volgen, niets meer en niets
minder.
|
Objectief
|
|
4
|
Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
|
Ze zijn in die ‘verloren’ jaren beter op de maatschappij voorbereid.
|
Subjectief
|
|
5
|
In je studietijd moet je gekke dingen doen…
|
Daardoor krijg je mensen met bredere visie.
|
Subjectief
|
|
7
|
Wij zijn helemaal voor.
|
Je geeft ze zo veel meer keuzevrijheid.
|
Objectief
|
|
9
|
Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
|
Er zijn ook genoeg mensen die wel voltijd willen studeren
|
Objectief
|
|
10
|
Erik Driessen is positief.
|
Zo is achterstand in te halen
|
Objectief
|
|
12
|
Het zou goed zijn als Nederlandse universiteiten meer met hun tijd
gaan.
|
Sluit goed aan op de huidige samenleving.
|
Subjectief
|
|
13
|
Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
|
Er is een bepaalde wet waaraan je dan niet kan voldoen.
|
Objectief
|
|
14
|
Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
|
Universiteiten krijgen geld per afgestudeerde studenten.
|
Objectief
|
|
16
|
Het idee voor flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
|
Rutte kwam al eerder met een vergelijkbaar idee.
|
Objectief
|
|
17
|
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele
malen verfrissender’…
|
Huidige kabinet ziet studeren als kostenpost en niet als kans.
|
Objectief
|
|
Alinea
|
Bewering
|
Eens/Oneens
|
Argument(en)
|
|
1
|
Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe
leven
Allemaal bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie
heen te jagen
|
Eens
Eens
|
Het moet allemaal zo snel mogelijk, waardoor studenten weinig tijd
hebben te wennen.
Alle maatregelen die er zijn, zijn er om het studeren zo snel
mogelijk te doen.
|
|
2
|
… is snel studeren lang niet voor iederee geschikt;
|
Eens
|
Er zijn ook mensen die meer willen doen naast hun studie.
|
|
3
|
En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
|
Eens
|
Als ze gewoon geld krijgen voor de lessen die ze volgen, krijgen ze
ook geen geld voor de lessen die ze niet volgen.
|
|
4
|
Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
|
Eens
|
In die jaren kan je allemaal andere ervaringen opdoen.
|
|
5
|
In je studietijd moet je gekke dingen doen…
|
Oneens
|
Je hoeft niet per se gek te doen om een brede visie te ontwikkelen.
|
|
7
|
Wij zijn helemaal voor.
|
Eens
|
Ik ben ook voor dit plan.
|
|
9
|
Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
|
Eens
|
Sommige willen het wel zo snel mogelijk doen.
|
|
10
|
Erik Driessen is positief.
|
Eens
|
Hij staat er positief in.
|
|
12
|
Het zou goed zijn als Nederlandse universiteiten meer met hun tijd
gaan.
|
Eens
|
Het is een systeem dat vroeger is ingesteld, maar de wereld is
veranderd en dat systeem werkt net meer goed.
|
|
13
|
Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
|
Eens
|
Als dat zo was geweest was het allang geregeld.
|
|
14
|
Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
|
Oneens
|
Als je geld krijgt per afgestudeerde leerling zou je er volgens mij
geen problemen aan overhouden, er blijven evenveel studenten, ze doen het
alleen minder snel.
|
|
16
|
Het idee voor flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
|
Eens
|
Er is al een aantal jaar geleden zoiets voorgesteld. Dus is het niet
nieuw.
|
|
17
|
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele
malen verfrissender’…
|
Eens
|
Het huidige systeem is verouderd.
|
Opdracht 9
- 1. 1 Wat zegt het ministerie over het plan van Truijens?
- 2. 2Wat heeft de verruiming van het collegegeldkrediet te maken met flexibel studeren?
- 3. 3Is het stimuleren van online onderwijs iets wat tegemoetkomt aan de ideeën van Truijens?
- 4. 4Is ‘leven lang leren’ een onderdeel van het plan van Truijens?
- 5. 5In de laatste alinea is sprake van ‘modernisering’ en van het studievoorschot. Zou dat kunnen helpen om de plannen van Truijens te realiseren?
1. 1 Ze staan er niet erg negatief in, het is alleen
lastig om het in te voeren. Kamerlid Van Meenen stelt dingen voor die zouden
moeten veranderen om het plan van Truijens in te voeren. Rutte kwam ook al eerder met een
vergelijkbaar plan, dus het is in de politiek niet iets waar nooit over gepraat
wordt.
2.
2 Als er niet binnen een bepaald aantal jaren een
diploma hoeft te worden gehaald, dan heeft de student ook de nodige ruimte om
te kijken wanneer hij/zij z’n studie afrondt.
3.
3Ja, online onderwijs doe je wanneer het je het
beste uitkomt, wat aansluit op flexibel studeren.
4.
4 Niet per se, volgens het plan van Truijens is
het wel mogelijk om erg lang te leren, maar het is ook mogelijk om het zo kort
als het kan te doen.
5.
5 Ja, het wordt afgesloten onder voordelige voorwaarden
afgesloten, zodat de student weinig tot geen druk voelt voor het snel afbetalen
van deze lening en dus ook niet erop gebrand zijn de studie snel af te ronden.
Opdracht 10
1.
Welke van deze vormen is voor jou het
aantrekkelijkst? Geef een korte motivatie bij je keus.
2.
Welke van deze vormen is voor jou het meest
onwenselijk? Geef weer een korte motivatie.
1.
Het plan van Truijens lijkt mij het best. Ik
weet zelf ook nog niet wat ik zou moeten studeren en hoef ik dus niet per se
alles zo snel mogelijk te doen. En ook de betaalmethode lijkt me het meest
praktisch.
2.
Mijn voorkeur gaat niet echt uit naar de Open
Universiteit. Lijkt me nogal onpersoonlijk, vind het wel fijn om in een klas te
zitten. Daarbij heb ik geen reden om onderweg of thuis te studeren, heb nog
geen baan ofzo.
Opdracht 11
Het ideale schoolsysteem
Er zijn zoveel manieren om het (hogere) onderwijs te
organiseren. Aan bijna elk van deze manieren zit wel voor iemand een nadeel,
hoe valt er nou te regelen dat iedereen studeert zoals hij/zij dat zou willen?
Hoe kom je aan iedereens wensen tegemoet zonder dat studenten met een andere
instelling daar last van krijgen?
Om te beginnen het kiezen, een lastige keuze als je geen
idee hebt wat je wil. Zoals dat nu geregeld is lijkt me wel prima, er valt niks
aan te doen dat er zoveel keuzemogelijkheden zijn. De mensen die het niet
gewoonweg niet weten moeten dan maar gewoon veel opendagen bezoeken om toch
maar een beetje een idee te krijgen. Het is wel eventueel mogelijk om sommige
studies samen te voegen als die erg op elkaar lijken maar daar blijft het bij. Ik
zou ook niks veranderen aan de studies die je mág kiezen; met een havo- of
mbo-diploma naar het hbo en met een vwo- of hbo-diploma naar de universiteit.
En dat er een bepaalde studies die loten is ook begrijpelijk, anders komen er
teveel studenten waarvan misschien de helft het niet kan, dat is ook zonde van
de jaren van de student en van de moeite van de docenten.
Dan de manier waarop je studeert; het kwestie waar al menig
woord aan vuil is gemaakt. Het beste is dat je de student zelf laat bepalen hoe
hij/zij studeert, wat Aleid Truijens ook al heeft voorgesteld. De student
krijgt gewoon het geld voor het onderwijs dat hij/zij volgt, niks meer en niks
minder. En als ze dan besluiten midden in het jaar besluiten te stoppen betalen
zij de prijs daarvoor en niet de overheid. Zo krijgen studenten die erg lang
over hun studie doen niet te veel betaalt. En het geeft de studenten ook veel
rust, ze hoeven niet zo snel mogelijk hun studie af te ronden. Het is op deze
manier veel flexibeler dan op de huidige manier. Punt is dat er bepaalde
regelingen zijn, waardoor dit (nog) niet mogelijk is. Daar is niks aan te doen,
maar zou wel wat aan gedaan moeten worden. De overheid zou hier iets op moeten
vinden, waardoor studenten niet per se zo snel mogelijk moeten studeren, maar
wel op zo’n manier dat de universiteit of hogeschool hierdoor geen centen
mislopen.
Ook aan de manier van lesgeven is naar mijn mening niet zo
veel mis; studenten schrijven zich gewoon in voor een aantal
werkcolleges/hoorcolleges en volgen deze zo veel mogelijk. En in elk simester
één of meerdere practica uitvoeren en na afloop van het simester een tentamen
afnemen. En als je een black-out bij een tentamen hebt, moet er één keer een
mogelijkheid zijn om het over te doen, als er wordt voldaan aan het (eventueel
opgegeven) extra werk. De lessen zouden wel in zo klein mogelijke groepen
gegeven moeten worden, op deze manier blijft het allemaal iets persoonlijker en
leren de docenten de studenten ook wat beter kennen. Als je les geeft aan
gigantische groepen leer je de studenten, een paar uitzonderingen daar gelaten,
nauwelijks kennen. Daarbij zou ik ook op de hogeschool de lessen niet verplicht
stellen, maar zoals op de universiteit facultatief. Mensen die een
hbo-opleiding volgen kunnen zelf wel aanvoelen wanneer ze een les wel of niet
kunnen missen. Dan zijn er ook nog de stages en uitwisselingen, de verplichte
onderdelen zouden (deels) betaalt moeten worden door de school zelf, de
uitstapjes die de student zelf graag wil, maar niet verplicht zijn hoort de
student zelf te betalen.
Dan
zijn er ook mensen die wel een studie willen volgen maar geen tijd hebben om
lessen te volgen, bijvoorbeeld volwassenen die naast hun baan ook nog een
studie willen doen, gewoon omdat het kan. Voor zulk soort gevallen moeten er
online studies zijn, met een ‘mentor’ die hen hierin begeleidt.
Dan misschien het minst belangrijke aspect van het studeren,
maar wel een belangrijk iets voor sommige. De hulpmiddelen. Een iPad in de klas
moet kunnen als de studenten dat fijn vinden, net zoals een laptop of mobiele
telefoon waarop informatie kan worden gezocht. Dit moet allemaal kunnen zolang
het de les niet verstoord, het is de verantwoordelijkheid van de studenten dat
ze deze hulpmiddelen verstandig gebruiken.
Het lijkt allemaal zo simpel om een ‘ideaal’ schoolsysteem te introduceren, maar ook op dit systeem zullen sommige mensen kritiek hebben en omgekeerd zal dat waarschijnlijk ook het geval zijn. Dit is dus een kwestie waar de politiek nog maar eens veel aandacht aan moet besteden.