donderdag 8 januari 2015

Opdrachten bij stencils studiefinanciering

Opdracht 1
  1. Het bindend studieadvies is een uitspraak van een universiteit over de voortgang van je opleiding. Iedereen krijgt er eentje na het eerste jaar. Als het negatief is moet de student stoppen. Dit is het geval als er niet genoeg studiepunten zijn gehaald.
  2. Een bachelor is een opleiding op een HBO of universiteit. Om aan een bachelor te kunnen beginnen moet iemand geslaagd zijn op de havo, vwo of een mbo studie hebben afgemaakt. Als de bachelor is afgerond kan de geslaagde de bijpassende titel dragen. Een bachelor duurt meestal drie of vier jaar.
  3. Een master is een opleiding op een HBO of universiteit. Om aan een master te kunnen beginnen moet iemand de hele bijbehorende bachelor hebben afgerond, maar dit hoeft niet altijd. De master titel, die je mag dragen na het afronden van een masteropleiding, is de hoogste. Een master duurt meestal één of twee jaar.
  4. Selectie aan de poort is een manier om het aantal studenten die één studie willen volgen te beperken. Dit kan met behulp van loting, waarbij het cijfer dat je haalt voor je eindexamen bepaalt hoeveel kans je maakt om toegelaten te worden. Een andere manier is het maken van een decentrale toets, waarbij je een toets maakt die bepaalde vaardigheden test.
  5. De basisbeurs is een financiële uitkering die wordt uitbetaald in de vorm van een prestatiebeurs. Als een student binnen tien jaar een diploma haalt wordt het gezien als een gift, anders als een lening en dient het te worden terugbetaalt. De hoogte van de basisbeurs is onder andere afhankelijk van de woonsituatie, bij de ouders of alleen.
  6. Het studievoorschot is de vervanging van de basisbeurs. Het is een lening die je onder voordelige voorwaarden kan afsluiten bij de overheid, de tijd om het terug te betalen is bijvoorbeeld erg lang. Het is niet verplicht. Er zitten een paar voorwaarden aan vast; beginnen aan een bachelorstudie en voor de eerste keer studiefinanciering aanvragen of beginnen aan een master.
  7. Een stage is een onderdeel van een opleiding waarin een student de praktijk leert. Er zijn verschillende soorten stages.                                                                                             Werkend leren, de BeroepsBegeleidende Leerweg (BBL) of de beroepsopleidende leerweg. Soms wordt dit gecombineerd met een baan binnen het bedrijf.                               Snuffelstages, het kennismaken met een bepaald beroep of instelling, zodat een verstandigere keuze kan worden gemaakt. Gebeurt vaak op de middelbare school                                              Observatiestage, de naam zegt het al, je doet zelf niks je kijkt naar de handelingen.                    Meeloopstage, je doet onder begeleiding al verschillende beroepsgerichte handelingen.              Afstudeerstage, de naam zegt het al, je doet het om af te studeren, wordt vaak afgesloten met verslag of scriptie.
  8. Bestuursfunctie is een baan die je doet als bestuurslid van iets.
  9. Langstudeerders zijn studenten die nogal lang over hun studie doen.
  10. LSVb is de Landelijke Studenten Vakbond, deze komt op voor de rechten en belangen van de studenten in het HBO en WO.
  11. Flexstuderen houdt in dat de student zelf kiest welke vakken hij of zij volgt en hoelang hij of zij erover doet.
  12. Een voltijdstudent is iemand die meteen met een HBO of universiteit begint na het behalen van hun havo, vwo of mbo. Deze studenten zijn dus meestal vrij jong.
  13. Modulaire opzet: het flexstuderen.
  14. Leerrechtensysteem is de naam die Mark Rutte gaf aan een plan wat ongeveer hetzelfde inhoudt als het systeem met flexstuderen.

Opdracht 2
Knip: De overgang van bachelor naar master. Je hebt harde en zachte knip; harde knip is dat je voor een master opleiding eerst de gehele bijpassende bachelor hebt afgerond. De zachte knip is als je een master mag doen ook al heb je de bachelor niet helemaal afgemaakt.

Columniste: Een vrouwelijke columnist. Een columnist is iemand die columns schrijft. Een column is een (kort) stukje in een krant of tijdschrift wat vaak luchtig, persoonlijk en humoristisch is. Een column kan overal over gaan, de meeste gaan over de actualiteit.

Per saldo: wat er na afloop over blijft of uitbetaalt dient te worden.

Naar rato van: in de juiste verhouding, in dit geval het aantal punten dat wordt gehaald.

Uitvalcijfers: het cijfer dat het aantal mensen die hun studie niet afmaken weergeeft.

Innovatie: Vernieuwingen

Bureaucratisch: op een manier die gekenmerkt wordt door veel ingewikkelde regels en procedures.

Rendementeisen: de eisen die aangeven wat het rendement moet zijn.



Opdracht 3
Huidige systeem

Voor wie toegankelijk?
Hogeschool: iedereen met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen met een vwo- of hbo- diploma
Lengte van de studie?
Bachelor: meestal drie of vier jaar.
Master: meestal één of twee jaar.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
Als je eenmaal een studie kiest is het niet mogelijk daarbinnen vakken wel of niet te kiezen, je volgt de lessen die erbij horen.
Waar kan je studeren?
Op elke universiteit of hogeschool die jouw studie heeft.
Hoe wordt het betaald?
In de vorm van een studievoorschot

De Open Universiteit

Voor wie toegankelijk?
Iedereen (van achttien jaar of ouder)
Lengte van de studie?
Grote variatie, dit is zelf te bepalen
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
Als je eenmaal een studie kiest is het niet mogelijk daarbinnen vakken wel of niet te kiezen, je volgt de lessen die erbij horen. Wel maar minder studies mogelijk.
Waar kan je studeren?
De OU heeft in elke provincie een studiecentrum, maar kenmerkend van de OU is, is dat je thuis studeert of tenminste van een afstand.
Hoe wordt het betaald?
Zelf

Het plan Truijens

Voor wie toegankelijk?
Hogeschool: iedereen met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen met een vwo- of hbo- diploma.
Lengte van de studie?
Bepaalt de student zelf.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
Bepaalt de student zelf.
Waar kan je studeren?
Op elke universiteit of hogeschool die jouw studie heeft.
Hoe wordt het betaald?
Studenten betalen voor het onderwijs dat ze volgen, niets meer en niets minder.

Het plan van de LVSb

Voor wie toegankelijk?
Hogeschool: iedereen met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen met een vwo- of hbo- diploma.
Lengte van de studie?
Bepaalt de student zelf.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
Bepaalt de student zelf.
Waar kan je studeren?
Op elke universiteit of hogeschool die jouw studie heeft.
Hoe wordt het betaald?
De studie schrijft zich in voor een bepaald aantal studiepunten, aan de hand daarvan wordt bepaald hoeveel de student krijgt.

Het plan van Rutte

Voor wie toegankelijk?
Hogeschool: iedereen met havo-, vwo- of mbo-diploma.
Universiteit: iedereen met een vwo- of hbo- diploma
Lengte van de studie?
-
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er?
-
Waar kan je studeren?
Op elke universiteit of hogeschool die jouw studie heeft.
Hoe wordt het betaald?
In ruil voor tegoedbonnen kunnen studenten hoger onderwijs volgen aan publieke en particuliere instellingen.










Opdracht 4

‘Snel studeren is niet voor iedereen geschikt.’                                                                                          1a. Voor wie niet?                                                                                                                                 1b. Waarom niet?
2. Flexibel studeren biedt de oplossing. Hoe?
3. ‘Zonder extra kosten’. Hoe kan dat?
4. ‘Waarom niet meteen invoeren?’ Ja, waarom eigenlijk niet?

1a. Voor studenten die eigenlijk niet echt goed weten wat ze willen studeren.                                    1b. Dan is de kans groter dat je een studie kiest die eigenlijk niet goed bij je past.

2. Hierbij is het niet het geval dat als je niet meteen studeert je de beurs misloopt, omdat je dit zelf mag kiezen.

3. Ze moeten het weer terugbetalen als ze het niet halen en iedereen betaalt ook echt voor wat die wil en krijgt niks in de schoot geworpen.

4. Er is een wet waar je je niet aan kan houden met het flexstuderen, eerst zal dus een wet moeten worden aangepast. En universiteiten krijgen ook geld per afgestudeerde leerling, de universiteiten denken dus hoe sneller hoe beter. Ze zullen dus minder geld innen met het flexstuderen dan met het ‘normale’ systeem.




Opdracht 5
Wat de voor- en nadelen zijn.
Wat het flexstuderen precies inhoudt.
Iets meer achtergrondinformatie




Opdracht 6
Het studiesysteem van nu hamert erop dat de studenten zo snel mogelijk afstuderen, daar komt nu ook nog het studievoorschot bij. Het kan ook anders, zegt columniste Aleid Truijens. Het is namelijk niet voor iedereen handig als ze snel afstuderen, ze hebben zo minder kansen zich te onderscheiden naast hun studie. Het plan waar ze mee aan kwam zetten was het zogenaamde flexstuderen. Dit houdt in dat de studenten betalen voor de vakken die ze volgen, je kan zo zelf bepalen hoelang je erover doet en hoeveel het kost, daarbij kost het de overheid geen extra geld. Ze kreeg steun van mensen die zeggen dat je in je studententijd ‘gekke’ dingen moet doen zodat je beter op de maatschappij bent voorbereid. Waarom wordt dit systeem niet meteen ingevoerd? Er zitten blijkbaar alleen maar voordelen aan. Bijna iedereen is inderdaad ook voor om het mogelijk te maken. Punt is, is dat het niet zo makkelijk gaat. Er is een wet waarin staat dat universiteiten alleen geld krijgen voor ingeschreven studenten die een volledige opleiding volgen, als iedereen zelf kiest is het niet mogelijk om je aan die wet te houden. Je zou de wet aan kunnen passen, maar het ligt ook aan de bekostiging. Universiteiten krijgen geld afhankelijk van het aantal afgestudeerde studenten, dus hoe sneller hoe beter. Het is overigens geen nieuw idee, maar het huidige kabinet denkt anders over studeren dan de pleiters voor flexstuderen, namelijk als een kostenpost en niet als een kans. Maar het is zeker de moeite waard om het plan van Truijens te onderzoeken.



Opdracht 7 
Alinea
Bewering
Argumenten
Objectief/Subjectief
1
Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe leven


Allemaal bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie heen te jagen
1.Er zijn maatregelen die het moeilijk maken te wennen.
2. Studievoorschot

De studenten worden bijna gedwongen snel te studeren.
Objectief


Objectief

Subjectief
2
… is snel studeren lang niet voor iederee geschikt;
Sommige studenten willen zich onderscheiden.
Objectief
3
En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
Ze betalen voor het onderwijs dat ze volgen, niets meer en niets minder.
Objectief
4
Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
Ze zijn in die ‘verloren’ jaren beter op de maatschappij voorbereid.
Subjectief
5
In je studietijd moet je gekke dingen doen…
Daardoor krijg je mensen met bredere visie.
Subjectief
7
Wij zijn helemaal voor.
Je geeft ze zo veel meer keuzevrijheid.
Objectief
9
Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
Er zijn ook genoeg mensen die wel voltijd willen studeren
Objectief
10
Erik Driessen is positief.
Zo is achterstand in te halen
Objectief
12
Het zou goed zijn als Nederlandse universiteiten meer met hun tijd gaan.
Sluit goed aan op de huidige samenleving.
Subjectief
13
Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
Er is een bepaalde wet waaraan je dan niet kan voldoen.
Objectief
14
Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
Universiteiten krijgen geld per afgestudeerde studenten.
Objectief
16
Het idee voor flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
Rutte kwam al eerder met een vergelijkbaar idee.
Objectief
17
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele malen verfrissender’…
Huidige kabinet ziet studeren als kostenpost en niet als kans.
Objectief





Opdracht 8 
Alinea
Bewering
Eens/Oneens
Argument(en)
1
Studenten van nu hebben amper de tijd om te wennen aan hun nieuwe leven


Allemaal bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie heen te jagen
Eens




Eens
Het moet allemaal zo snel mogelijk, waardoor studenten weinig tijd hebben te wennen.

Alle maatregelen die er zijn, zijn er om het studeren zo snel mogelijk te doen.
2
… is snel studeren lang niet voor iederee geschikt;
Eens
Er zijn ook mensen die meer willen doen naast hun studie.
3
En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
Eens
Als ze gewoon geld krijgen voor de lessen die ze volgen, krijgen ze ook geen geld voor de lessen die ze niet volgen.
4
Die extra jaren zijn geen verloren jaren.
Eens
In die jaren kan je allemaal andere ervaringen opdoen.
5
In je studietijd moet je gekke dingen doen…
Oneens
Je hoeft niet per se gek te doen om een brede visie te ontwikkelen.
7
Wij zijn helemaal voor.
Eens
Ik ben ook voor dit plan.
9
Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
Eens
Sommige willen het wel zo snel mogelijk doen.
10
Erik Driessen is positief.
Eens
Hij staat er positief in.
12
Het zou goed zijn als Nederlandse universiteiten meer met hun tijd gaan.
Eens
Het is een systeem dat vroeger is ingesteld, maar de wereld is veranderd en dat systeem werkt net meer goed.
13
Het is inderdaad allemaal niet zo simpel.
Eens
Als dat zo was geweest was het allang geregeld.
14
Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
Oneens
Als je geld krijgt per afgestudeerde leerling zou je er volgens mij geen problemen aan overhouden, er blijven evenveel studenten, ze doen het alleen minder snel.
16
Het idee voor flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
Eens
Er is al een aantal jaar geleden zoiets voorgesteld. Dus is het niet nieuw.
17
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele malen verfrissender’…
Eens
Het huidige systeem is verouderd.





Opdracht 9
  1. 1.      1 Wat zegt het ministerie over het plan van Truijens?
  2. 2.       2Wat heeft de verruiming van het collegegeldkrediet te maken met flexibel studeren?
  3. 3.       3Is het stimuleren van online onderwijs iets wat tegemoetkomt aan de ideeën van Truijens?
  4. 4.       4Is ‘leven lang leren’ een onderdeel van het plan van Truijens?
  5. 5.       5In de laatste alinea is sprake van ‘modernisering’ en van het studievoorschot. Zou dat kunnen helpen om de plannen van Truijens te realiseren?


1.     1  Ze staan er niet erg negatief in, het is alleen lastig om het in te voeren. Kamerlid Van Meenen stelt dingen voor die zouden moeten veranderen om het plan van Truijens in te voeren.                        Rutte kwam ook al eerder met een vergelijkbaar plan, dus het is in de politiek niet iets waar nooit over gepraat wordt.
2.      
            2 Als er niet binnen een bepaald aantal jaren een diploma hoeft te worden gehaald, dan heeft de student ook de nodige ruimte om te kijken wanneer hij/zij z’n studie afrondt.
3.      
             3Ja, online onderwijs doe je wanneer het je het beste uitkomt, wat aansluit op flexibel studeren.
4.      
            4 Niet per se, volgens het plan van Truijens is het wel mogelijk om erg lang te leren, maar het is ook mogelijk om het zo kort als het kan te doen.
5.   
           5 Ja, het wordt afgesloten onder voordelige voorwaarden afgesloten, zodat de student weinig tot geen druk voelt voor het snel afbetalen van deze lening en dus ook niet erop gebrand zijn de studie snel af te ronden.
  



Opdracht 10
1.       Welke van deze vormen is voor jou het aantrekkelijkst? Geef een korte motivatie bij je keus.
2.       Welke van deze vormen is voor jou het meest onwenselijk? Geef weer een korte motivatie.

1.       Het plan van Truijens lijkt mij het best. Ik weet zelf ook nog niet wat ik zou moeten studeren en hoef ik dus niet per se alles zo snel mogelijk te doen. En ook de betaalmethode lijkt me het meest praktisch.
2.       Mijn voorkeur gaat niet echt uit naar de Open Universiteit. Lijkt me nogal onpersoonlijk, vind het wel fijn om in een klas te zitten. Daarbij heb ik geen reden om onderweg of thuis te studeren, heb nog geen baan ofzo.



Opdracht 11

Het ideale schoolsysteem

Er zijn zoveel manieren om het (hogere) onderwijs te organiseren. Aan bijna elk van deze manieren zit wel voor iemand een nadeel, hoe valt er nou te regelen dat iedereen studeert zoals hij/zij dat zou willen? Hoe kom je aan iedereens wensen tegemoet zonder dat studenten met een andere instelling daar last van krijgen?

Om te beginnen het kiezen, een lastige keuze als je geen idee hebt wat je wil. Zoals dat nu geregeld is lijkt me wel prima, er valt niks aan te doen dat er zoveel keuzemogelijkheden zijn. De mensen die het niet gewoonweg niet weten moeten dan maar gewoon veel opendagen bezoeken om toch maar een beetje een idee te krijgen. Het is wel eventueel mogelijk om sommige studies samen te voegen als die erg op elkaar lijken maar daar blijft het bij. Ik zou ook niks veranderen aan de studies die je mág kiezen; met een havo- of mbo-diploma naar het hbo en met een vwo- of hbo-diploma naar de universiteit. En dat er een bepaalde studies die loten is ook begrijpelijk, anders komen er teveel studenten waarvan misschien de helft het niet kan, dat is ook zonde van de jaren van de student en van de moeite van de docenten.

Dan de manier waarop je studeert; het kwestie waar al menig woord aan vuil is gemaakt. Het beste is dat je de student zelf laat bepalen hoe hij/zij studeert, wat Aleid Truijens ook al heeft voorgesteld. De student krijgt gewoon het geld voor het onderwijs dat hij/zij volgt, niks meer en niks minder. En als ze dan besluiten midden in het jaar besluiten te stoppen betalen zij de prijs daarvoor en niet de overheid. Zo krijgen studenten die erg lang over hun studie doen niet te veel betaalt. En het geeft de studenten ook veel rust, ze hoeven niet zo snel mogelijk hun studie af te ronden. Het is op deze manier veel flexibeler dan op de huidige manier. Punt is dat er bepaalde regelingen zijn, waardoor dit (nog) niet mogelijk is. Daar is niks aan te doen, maar zou wel wat aan gedaan moeten worden. De overheid zou hier iets op moeten vinden, waardoor studenten niet per se zo snel mogelijk moeten studeren, maar wel op zo’n manier dat de universiteit of hogeschool hierdoor geen centen mislopen.
Ook aan de manier van lesgeven is naar mijn mening niet zo veel mis; studenten schrijven zich gewoon in voor een aantal werkcolleges/hoorcolleges en volgen deze zo veel mogelijk. En in elk simester één of meerdere practica uitvoeren en na afloop van het simester een tentamen afnemen. En als je een black-out bij een tentamen hebt, moet er één keer een mogelijkheid zijn om het over te doen, als er wordt voldaan aan het (eventueel opgegeven) extra werk. De lessen zouden wel in zo klein mogelijke groepen gegeven moeten worden, op deze manier blijft het allemaal iets persoonlijker en leren de docenten de studenten ook wat beter kennen. Als je les geeft aan gigantische groepen leer je de studenten, een paar uitzonderingen daar gelaten, nauwelijks kennen. Daarbij zou ik ook op de hogeschool de lessen niet verplicht stellen, maar zoals op de universiteit facultatief. Mensen die een hbo-opleiding volgen kunnen zelf wel aanvoelen wanneer ze een les wel of niet kunnen missen. Dan zijn er ook nog de stages en uitwisselingen, de verplichte onderdelen zouden (deels) betaalt moeten worden door de school zelf, de uitstapjes die de student zelf graag wil, maar niet verplicht zijn hoort de student zelf te betalen.                                                                                                                                                 
Dan zijn er ook mensen die wel een studie willen volgen maar geen tijd hebben om lessen te volgen, bijvoorbeeld volwassenen die naast hun baan ook nog een studie willen doen, gewoon omdat het kan. Voor zulk soort gevallen moeten er online studies zijn, met een ‘mentor’ die hen hierin begeleidt.

Dan misschien het minst belangrijke aspect van het studeren, maar wel een belangrijk iets voor sommige. De hulpmiddelen. Een iPad in de klas moet kunnen als de studenten dat fijn vinden, net zoals een laptop of mobiele telefoon waarop informatie kan worden gezocht. Dit moet allemaal kunnen zolang het de les niet verstoord, het is de verantwoordelijkheid van de studenten dat ze deze hulpmiddelen verstandig gebruiken.

Het lijkt allemaal zo simpel om een ‘ideaal’ schoolsysteem te introduceren, maar ook op dit systeem zullen sommige mensen kritiek hebben en omgekeerd zal dat waarschijnlijk ook het geval zijn. Dit is dus een kwestie waar de politiek nog maar eens veel aandacht aan moet besteden.